12-03-08

WMAP werpt licht op jeugd van het heelal

Het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA heeft deze week de gegevens vrijgegeven die de afgelopen vijf jaar zijn verzameld met de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP). Deze satelliet brengt heel nauwkeurig de zogeheten kosmische achtergrondstraling in kaart - het schrale overblijfsel van de straling waarmee het heelal kort na de oerknal gevuld was. Door heel nauwkeurig de minuscule verschillen in de verdeling van de achtergrondstraling te meten, kan informatie worden verkregen over de leeftijd, samenstelling en evolutie van het heelal. Eén van de ontdekkingen die WMAP daarbij heeft gedaan is dat het heelal vroeger veel meer neutrino's en veel minder donkere energie bevatte dan nu. Ongeveer 400.000 jaar na de oerknal bestond het heelal voor 63% uit donkere materie, 15% fotonen, 12% atomen, 10% neutrino's en een verwaarloosbare hoeveelheid donkere energie. Inmiddels is, door de uitdijing van het heelal, het aandeel neutrino's gezakt tot minder dan één procent, terwijl de donkere energie - de geheimzinnige kracht die ervoor zorgt dat het heelal versneld uitdijt - zich helemaal niets van de kosmische uitdijing lijkt aan te trekken: haar aandeel is gestegen tot 72 procent. Een volgende conclusie is dat de herionisatie van het waterstofgas in het heelal, veroorzaakt door de eerste generatie sterren, een langdurig proces is geweest dat ongeveer 400 miljoen jaar na de oerknal begon en pas een half miljard jaar later ten einde kwam. En ten slotte hebben de WMAP-resultaten strengere grenzen opgelegd aan de zogeheten inflatieperiode - de korte periode direct na de oerknal, waarin het minuscule heelal in één klap de grootte van een golfbal bereikte. Sommige varianten van de inflatietheorie kunnen nu doorgestreept worden. Copyright National Aeronautics and Space Administration (NASA) www.allesoversterrenkunde.nl van7 maart 2008wmap

De commentaren zijn gesloten.